Weerberichten

Voor het varen wil je meer informatie dan regen of zon. Een zeer betrouwbaar adres voor vaarders is www.passageweather.com . Het vergt wel wat aandacht om de kaarten te lezen en daarom hier wat uitleg. Herken op de kaart met de windverwachting wat land is en wat water en waar je bent. Belangrijk zijn de wind richting en kracht, waarbij we de richting van het kompas halen. Voor de kracht zijn er diverse opties. De schaal van Beaufort, km per uur, PassageWeather gebruikt Knots = knopen. Een knoop is een zeemijl per uur. Ter orientatie: Beaufort windkracht 3 is 7 tot 10 knopen of 12 tot 19 km per uur. Hoger is op de Middellandse zee alleen voor de grotere jachten begaanbaar. Op de korte termijn om de 3 uur een aanpassing, later grotere intervallen. De kracht wordt aangeven met kleuren, de richting met streepjes met aan de achterzijde kleine streepjes om ook de kracht aan te duiden. We noemen de richting van de wind waar hij vandaan waait.

Op de golf verwachting is wat land en zee is beter te herkennen. De verwachte golfrichting wordt met pijltjes aangegeven en de golfhoogte, gerekend van top tot dal, in meters met kleuren. De golfrichting wordt genoemd naar de richting waarin hij beweegt.

Beaufort voor de praktijk man aan de hand van de zee

Windkracht 4

Oceanografie 

Zeestromingen  zijn verplaatsingen van grote watermassa’s  over  oceanen  of zeeën. De grote hoeveelheid energie  die het draagt in de vorm van warmte of kou, oefent veel invloed uit op het klimaat van het gebied  waar het doorheen gaat. Oorsprong van de stromingen: a)    Door verandering van dichtheid als gevolg van  variaties in temperatuur en zoutgehalte van watermassa’s.  Als het verdampt, wordt  het water van het  oppervlak zouter, dichter. (<SG) Als  water  komt van neerslag of  rivieren,  is het   oppervlaktewater  minder dicht. b)  Stromingen van weerstand door de werking van de wind op het oppervlaktewater  van de zee. c)  Gradiënt stromingen  als gevolg  van het verschil   in luchtdruk (barometer stand)met als gevolg   een helling die  optreedt bij  het  waterniveau  tussen twee gebieden met verschillende luchtdruk. d)     Getijdenstromingen, als gevolg van  het fenomeen van  getijden, veroorzaakt door de aantrekkingskracht van de zon en de maan op water massa’s Alle stromingen worden beïnvloed door de Corioliskracht,  waardoor  ze op het noordelijk halfrond  een afwijking naar rechts ondergaan.  Ook het  profiel van  de   kusten en   de configuratie  van de zeebodem   hebben invloed op hun traject.  Bijna alle stromen genereren tegenstromen

GETIJDENSTROMINGEN

De variatie in het niveau van het water genereert  belangrijke stromingen, Vooral op  smalle en  ondiepe  plaatsen, waar ze meestal grote snelheden krijgen.  In een kanaal is de snelheid van het water maximaal in het midden en minimaal in de banken, waar in veel gevallen een tegenstroom ontstaat. Getijdenstromingen  worden meestal eb en  vloed genoemd, afhankelijk van  het opkomend of vallend water. Ze zijn periodiek en alternatief, afhankelijk van de geografische breedte en de stand van zon en maan onderling.

In de Middellandse zee zijn de getijden stromingen te verwaarlozen met uitzondering van de Straat van Gibraltar.

Rijkswaterstaat geeft informatie over hoog en laagwater standen voor de diverse havens aan de Noordzee kust en wadden. Wat in gedachten moet worden gehouden is dat het hoog en laagwater moment geen keerpunt in de stromingen is. Zo is er ter hoogte van IJmuiden een noordgaande stroom van 2 uur voor tot 4 uur na hoog water IJmuiden. Springtij = wanneer zon en maan met elkaar meewerken is 2 dagen na volle en nieuwe maan. De dienst de Hydrografie van het Ministerie van Defensie verzorgt vele publicaties, ook digitaal, zoals The Netherlands  Coast pilot, Lichtenlijst, Waterstanden en stromen, Zeekaarten.

Orkanen (Cyclonen)

Een cycloon vindt zijn oorsprong in de tropen of subtropen, meestal rond een lagedrukkern in de intertropische convergentiezone, waar de passaatwinden van beide halfronden samenkomen. Tropische cyclonen bestaan ​​uit homogene hete lucht. De windintensiteit neemt toe naarmate de afstanden tot de kern korter worden en de draairichting op het noordelijk halfrond tegen de klok in convergeert.

Eigenschappen.

  • Ze hebben geen fronten omdat ze bestaan uit een enkele massa homogene equatoriale lucht
  • De energie van tropische cyclonen komt van de latente verdampingswarmte die vrijkomt door zeer vochtige lucht dat condenseert.
  • De luchtdruk van de cyclonen kan 930 mb bereiken.
  • De geografische situatie en de tijd van het jaar bepalen de vorming ervan
  • Orkanen breken af wanneer ze het land binnendringen, omdat hun energiebron, de waterdamp verdwijnt.
  • Aanvankelijk is het pad van orkanen NW.
  • Volgens de snelheid van hun winden worden tropische cyclonen geclassificeerd als:
  • a) Tropische stilte wanneer de cyclonale circulatie zwak is.
  • b) Tropische depressie wanneer de wind niet hoger is dan 34 knopen.
  • c) Tropische storm wanneer de wind niet hoger is dan 47 knopen,
  • d) Orkanen met een windkracht van meer dan 65 knopen. Trajecten.-
  • De trajecten hebben een parabolische vorm. Aanvankelijk bewegen ze zich naar het westen bijna parallel aan de evenaar, later openen ze vanaf de evenaar en gaan naar het WNW op het Noordelijk halfrond en draaien dan naar het NW, blijven draaien naar het N en NE op breedtegraden tussen 30º en 40º N .

Omstandigheden die nodig zijn voor de vorming van cyclonen.

  • Lagedrukcentra op de ideale plaatsen van de intertropische convergentiezone
  • Hoge drukken in de troposfeer, waarbij er uiteenlopende winden zullen zijn die de lucht zullen verdrijven uit het bovenste verticale deel waar de cycloon zich vormt, dat wil zeggen het opstijgen van warme lucht vergemakkelijken; zodat de schoorsteen meer trek heeft
  • Hoge temperatuur van het water zodat er sterke verdamping is (meer dan 24º)
  • Gunstige winden op het niveau van de atmosfeer, dat wil zeggen x zwakke wind die de snelle opkomst van oppervlaktewinden mogelijk maakt. Levenscyclus van tropische cyclonen.
    De levenscyclus van een tropische cycloon kan worden opgedeeld in 4 fasen: vorming, ontwikkeling, volwassenheid en ouderdom of ontbinding.
  • In de vormingsfase zijn de ideale omstandigheden aanwezig voor het ontstaan van een cycloon
  • In de ontwikkelingsfase wordt de depressie dieper en neemt de wind, rond het laag, geleidelijk toe, evenals het invloed gebied.
  • In de volwassen-fase stabiliseert de druk zich rond de 940 mb. De wind is dan orkaankracht. De diameter kan 700 km bereiken. En hun hoogte 15.000 meter. Verdamping aan het wateroppervlak is maximaal.
  • De fase van oud- begint wanneer de “brandstof” schaars begint te worden, dat wil zeggen wanneer er een gebrek is aan waterdamp in de warme lucht. Dit gebeurt wanneer de watertemperatuur daalt op hogere breedtegraden of wanneer de cycloon het land binnenkomt.

GEVAARLIJKE EN BEVAARBARE HALVE CIRKELS

Naarmate de wind naar het midden draait, naarmate de snelheid toeneemt
(door de toename van de horizontale drukgradiënt) neemt de hoek van de wind met de isobaren af tot parallel aan hen waaiend. Vandaar de rust van de wind in de draaikolk of het oog van de orkaan. De overgang van de zone met hoge windsnelheid naar de kalme zone van de vortex is bijna onmiddellijk.
De snelheid van de wind neemt van buiten naar binnen toe naarmate de drukgradiënt toeneemt en tegelijkertijd de gevormde hoek met de isobaren kleiner wordt.
De sterkste winden zijn te vinden op ongeveer 35 mijl van het centrum. De cirkel van de cycloon splitst, kijkend over zijn pad, in twee
halve cirkels: rechts en links, waarbij de positie rechts als gevaarlijk wordt beschouwd en links als beheersbaar op het Noordelijk halfrond.

Als we een lijn trekken die loodrecht op zijn baan staat en door het midden van de cycloon gaat, verdelen we de halve cirkels in kwadranten, waarvan het gevaarlijkste het kwadrant rechtsvoor is. In de rechter halve cirkel is de snelheid van de wind groter omdat de translatiesnelheid van de cycloon moet worden opgeteld bij de snelheid van de wind.

Bepaling van de halve cirkel waarin het schip zich bevindt.
1 Als de wind met de klok mee draait, zijn we in de
gevaarlijke halve cirkel (rechts).
2 Als de wind tegen de klok in draait, bevinden we ons in de beheersbare (linker) halve cirkel.
Als de wind zijn richting aanhoudt en zijn kracht verhoogt, zullen we op het traject zijn.
4 Als de druk afneemt en de wind toeneemt, bevinden we ons in het rechter voorkwadrant.
5 Als de druk toeneemt en de wind afneemt, bevinden we ons in het kwadrant rechtsachter. •

Manoeuvres als je in een orkaan terecht komt:

Situatie 1 in kwadrant rechts achter: wind op de boeg houden en de orkaan laten weg lopen.
Situatie 2 : je bevind je in ruwe zee en harde wind . De wind op stuurboord boeg houden en de orkaan laten weg lopen.
Situatie 3 in kwadrant rechts voor : we bevinden ons een 150 mijl van het centrum met een zuiden wind. Omdat we ver van het centrum zijn moeten we de in de wind blijven varen om de zone te verlaten en de wind zal naar stuurboord draaien.

Situatie 4 : We zullen van het centrum af moeten komen maar kunnen niet dwars op de zee varen, meest aanbevolen is de wind op stuurboord boeg houden.
Situatie 5: We zijn dicht bij de linker halve cirkel moeten die zo snel mogelijk zien te bereiken. We varen met ruime wind aan stuurboord . Als de orkaan zijn weg blijft vervolgen, blijven we met ruime wind aan stuurboord varen , eenmaal in de linker halve cirkel voor de wind .

Situatie 6 in het kwadrant links voor: Als het schip er tegen bestand is houden we de wind dwars in om zo snel mogelijk van de baan af te komen. Is het schip er niet tegen bestand dan varen er met ruime wind aan stuurboord om uiteindelijk de wind aan stuurboord boeg te kunnen houden en later op de boeg afhankelijk van de snelheid van het oversteken.
Situatie 7: Aanvankelijk met ruime wind aan stuurboord om zo snel mogelijk van het centrum af te varen, vervolgens met winden dwars en op stuurboord boeg naargelang het schip daar tegen bestand is, maar waarschijnlijk met ruime wind zal moeten vervolgen.
Situatie 8 in het linker achter kwadrant: Varen met de wind op stuurboord boeg naar gelang we van de baan verwijderen met ruime wind varen.
Situatie 9: Varen met ruime wind aan stuurboord omdat het schip niet bestand is tegen halve wind tot dat we verder van de baan af komen en we geleidelijk halve wind en met de wind op stuurboord boeg kunnen varen.
Situatie 10: Varen met de wind op stuurboord boeg om van de orkaan af te varen en afnemende wind te krijgen.